Waarom het oké is om een creatief project dood te verklaren
Dit was het idee der ideeën. Het concept waarmee jij de wereld ging veroveren. Je stopte er dan ook je ziel en zaligheid in. Inspiratie, tijd, toewijding; het ontbrak je nergens aan. En tóch stierf het project een stille – doch tragische – dood. De boosdoener? Tja… Soms nam je enthousiasme na een tijdje af. Soms raakte je verzeild in een drukke periode. En soms was je teleurgesteld, omdat je project niets op leek te leveren.
Beep. Beep. Beeeeeeeeeeeeeeeeep. Je project was officieel dood.
Natuurlijk baalde je als een stekker. Misschien belandde je zelfs in het gat dat ik de ‘creatieve anti-climax’ noem. Er komt dan voor een bepaalde periode niets meer uit je vingers. Het idee om ‘dan maar nooit meer een project te starten’ houdt je in zijn greep. En het verlangen naar een neurotypisch brein lijkt alleen maar toe te nemen.
Herkenbaar? Dan ben je waarschijnlijk een generalist. Of een multipotentialite. Of een renaissance person. Of een polymath. Het label maakt niet zozeer uit. Het gaat erom dat je – vaak van kinds af aan – al een zeer brede interesse hebt. En daardoor over een skillset beschikt die door anderen regelmatig als opmerkelijk of onsamenhangend wordt ervaren.
Als generalist zie je verschillende projecten ontstaan. En sterven.
En in tegenstelling tot wat je misschien denkt, is dat helemaal oké. Waarom? Ik geef je drie redenen. Zodat je voortaan – met opgeheven hoofd – in een project kunt duiken. Want, ja: dat moet je absoluut blijven doen.
1. Je hebt in een korte periode veel geleerd over een specifiek onderwerp.
En ook al ga je misschien niet verder met dit project – de kennis kun je hoe dan ook gebruiken in andere creatieve uitstapjes. Misschien kun je de know-how zelfs goed kwijt in een baan of in je eigen bedrijf. Of kun je anderen adviseren die aan een soortgelijk project werken.
Het snel eigen maken van materie vind ik overigens ook één van de superpowers van generalisten. Je kijkt, je leert en je neemt mee wat voor jou waardevol is. En dat noem ik al een succes op zich.
2. Je verkeert nu misschien in een existentiële crisis. Maar je weet ook hoe het voortaan anders kan.
Het einde van een project is een ideaal moment om te evalueren. Wat ging er volgens jou ‘mis’ in het proces? Ben je impulsief aan de slag gegaan – en had je wellicht meer kunnen halen uit een gestructureerde planning? Of had je op een bepaald punt geen nieuwe inspiratie meer?
Neem deze punten mee als je een nieuw project start. Natuurlijk kun je flinke meters maken met nieuwbakken enthousiasme. Maar: als je een project voor een langere periode wilt volhouden, is het handig om vooruit te denken. Welke kant wil je op? Hoe wil je anderen bij je project betrekken? Door doelstellingen te bepalen, geef je sturing aan je creativiteit.
3. Dat je project nu dood is, betekent niet dat je er nooit meer mee verder kunt.
In tegenstelling tot mensen, kun je overleden projecten op elk moment weer tot leven wekken. Surprise! Soms moet je jezelf dwingen om minder beren op de weg te zien. Wat maakt het uit als je een creatieve pauze neemt? Misschien is die pauze precies wat je nodig hebt om je project weer vol energie op te pakken.
Ik refereer vaak naar overleden projecten als mijn ‘creatieve kerkhof’. En soms dool ik daar rond, om afscheid te nemen van een idee. Of om er weer eentje op te graven. Luguber? Welnee. Zie het als een archief van wat was en zal zijn. En adopteer deze denkwijze gerust, mocht je er baat bij hebben.
Lieve generalist, live and let die. Mag ik binnenkort ronddolen jouw creatieve kerkhof? Ik beloof respectvol met je hersenspinsels om te gaan.
Olga