Een beetje goed in veel dingen: dat is zo slecht nog niet.

Wat gaan we doen als we later groot zijn? Die keuze maken we (met enige druk) op de middelbare school. Vier profielen, voor de specialisten in spe. Met zwetende oksels kiezen we dan maar Cultuur & Maatchappij. Of iets met Economie. Breed zat. Eenmaal in de collegebanken worden we wéér voor die ellendige keuze gesteld. Afstudeerrichtingen. Good gracious. Wat een anti-climax. En de banenmarkt? Die gedraagt zich eigenlijk niet anders. De behoefte aan specialisten is groot. En daar sta je dan, als gemiddelde allrounder.

Excelleren is specialiseren. Dat is de stelling. Ik loop namelijk regelmatig tegen specialisten aan. Mensen die al járen hetzelfde doen. Eten fotograferen, interieurblogs schrijven, cynische plaatjes op Facebook delen. Soms doet het een beetje pijn om getuige te zijn van hun succes. Tegelijkertijd verwonder ik me: “Hoe doen ze dat?!”

Specialisten bijten zich vast in hun geliefde materie. En werken zich omhoog. Jaar na jaar. Van beginneling tot hardcore ultimate extreme expert to the max. Zij zijn dé persoon voor dienst A of skill B. Klanten vallen in katzwijm. Want zo goed als Diederik-Jan Egbert het kan, kan niemand het.

De passie druipt er vanaf, dat is duidelijk

Over het algemeen vind ik dat zum kotzen, mensen die zeggen dat ze ergens passie voor hebben. Maar goed. Specialisten hebben serieuze passie voor dat wat ze doen. En dat levert genoeg moois op. Even terug naar de gemiddelde allrounder. Die heeft óók passie. Plus de aandachtsspanne van een vijfjarige. 

Ik kan het weten. Want ik ben zo’n allround-geval. In mijn kinderjaren werd duidelijk dat ik nooit een specialist zou worden. Ik wilde immers op mijn achtste nog dolfijnen trainen. En later archeoloog worden, geïnspireerd door de fossielencollectie van mijn vader. Halverwege de havo overwoog ik een loopbaan als verloskundige. Alleen vergat ik het bloed. En mijn onvoldoendes voor Natuurkunde. De meer dan logische volgende stap? Communicatie studeren in Amsterdam.

Ik studeerde af in marketingcommunicatie

In die tijd één van de vijf opleidingsprofielen. Ik had overigens ook van die keuze wakker gelegen. Ben ik de next level informatiespecialist? Of wil ik op een redactie aan de slag? Marketingcommunicatie bleek wederom de breedste keuze. Mijn professionele levensdoel schiet me vast te binnen, dacht ik nog. Maar het bleef stil. Flash forward: ik neem op mijn twintigste een diploma in ontvangst. Bachelor in communicatie. En toen kwam de gedachte: fuck, ik had ook wel IT willen studeren. Of grafisch ontwerp. Of product design. Je snapt: ik voelde me aardig waardeloos.  

Ondertussen had ik me overal een beetje in verdiept. In schrijven, online marketing en Photoshop gebruiken zonder te huilen. Ik bracht wat tijd door op Codeacademy en dronk koffie met een paar ondernemers. Ondertussen zette ik websites in elkaar en werkte ik aan ideeën die nooit realiteit werden. Printables verkopen op Etsy. Online courses. Ach, het vulde mijn notitieblokken. En ik werd er rustig van.

Een beetje goed in veel dingen

Dat leek het vonnis. Ik had in al die jaren niet één ding ontdekt waarin ik echt uitblonk. Ja, ik had overal wel iets over gelezen. Of er op een blauwe maandag mee geëxperimenteerd. Maar een expert? Verre van. De reputatie als eeuwige junior hing me boven het hoofd. En ik zag mijn generalistische mentaliteit vooral als een ontzettend slechte eigenschap. Een weerspiegeling van mijn gebrek aan discipline.

Ik was dan ook geraakt toen ik eind vorig jaar de TED-talk van Emilie Wapnick ontdekte. Some of us don’t have one true calling. Alleen die titel al.

Pretty good, huh? Blijkbaar heeft het beestje een naam: multipotentialism. Niet dat deze term het minder complex maakt. Ik vermijd het woord dan ook op verjaardagen. Hoe dan ook: deze TED-talk voelt als thuiskomen.

Ik zag het patroon in mijn gedrag

Vol enthousiasme dook ik in nieuwe onderwerpen. Van mindfulness tot productiviteit. En van minimalisme tot SEO. Ik wilde er eindeloos over lezen en direct mijn kennis toepassen. Mijn doel? Dé specialist worden op al deze gebieden. Tot.. mijn interesse verschoof. “Weet je zeker dat dit je hart heeft?” De twijfel sloeg genadeloos toe. Om vervolgens weer wakker te worden met een nieuw idee. En deze keer had ik het vast bij het rechte eind. Dit was het idee der ideeën. 

Zo ging het dus al jaren. En met elk gefaald project werd de drempel voor iets nieuws een stuk hoger. Ik begon er niet aan, want: ik maakte het toch nooit af. Wat ik me niet realiseerde, is dat die keuze me al mijn plezier ontnam. Blijkbaar haalde ik energie uit korte projecten en ideeën. 

En dat is dan ook precies wat ik blijf doen

Want mijn generalisme maakt van mij een spin in het web. Dat komt goed van pas binnen projecten, waar ik eenvoudig verschillende rollen aanneem. En ook voor mezelf. Ik ben mijn eigen online marketeer, web designer, schrijver en creatief. Specialist? Nope. Maar ik loop niet vaak tegen problemen aan. Genoeg kennis online. Dus: welk probleem? Ajeto

Excelleren is specialiseren. Daar ben ik het uiteindelijk niet mee eens. Een beetje goed in veel dingen: dat is zo slecht nog niet. Toch houdt het me niet tegen om beter te worden in de dingen die ik dagelijks doe. Een medior multipotentialite. Dat zie ik wel zitten. 

Tegelijkertijd laat ik het hardcore werk over aan de specialist. Die heeft er immers jaren voor geleerd. Ik geef als chronische wijsneus graag het zetje in de juiste richting. De kickstart-specialist. Ironisch, niet? 

Olga

Next
Next

Waarom het oké is om een creatief project dood te verklaren